Knobbel in de borst

FibroadenomaKnobbeltje in de borst
Door Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

INLEIDING

De ontdekking van een knobbel in de borst is voor veel vrouwen een onthutsende ervaring. Na de eerste schrik volgt de angst. Angst voor kanker, angst voor de mogelijke narigheid van onderzoek en behandeling. Zo’n reactie is heel normaal. We kunnen uw angst niet wegnemen, al is gelukkig het grootste deel van de knobbels goedaardig. Slechts in een minderheid van de gevallen hebben we met kwaadaardige gezwellen te maken. En zelfs als we te maken hebben met een kwaadaardig gezwel, komen tegenwoordig veel vrouwen de ziekte weer te boven, al is daarvoor een tamelijk ingrijpende behandeling nodig.

Uit voorzorg is het noodzakelijk dat elke knobbel in de borst door een arts wordt onderzocht. Hier willen we u in het kort wat algemene dingen vertellen over dat borstonderzoek en over oorzaken die tot een knobbel in de borst kunnen leiden. Vanzelfsprekend zult u de nodige informatie in de eerste plaats van uw arts krijgen, maar deze informatie kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Deze informatie is bedoeld voor vrouwen die veranderingen aan de borst of een knobbeltje in de borst hebben gevoeld. Borstafwijkingen bij vrouwen komen veel voor. Ook al zijn dit vaak tamelijk onschuldige afwijkingen, toch is het nodig om bij een verandering aan de borst uit te laten zoeken wat er aan de hand is.

Met kennis van deze onderwerpen kunt u beter met uw dokter meedenken en zelf meebeslissen over een eventuele behandeling.

BOUW VAN DE BORST

Zelf borstonderzoek doen is niet gemakkelijk: hoe moet u uw borsten onderzoeken, wat behoort u te voelen en wat is abnormaal? Een antwoord op deze vragen is niet eenvoudig. Toch is er wel iets te zeggen over wat normaal is bij borsten. Onder de gladde huid van uw borsten voelt het bobbelig aan. De bobbeltjes die u voelt zijn de melkklieren. Zij zijn over het algemeen vrij zacht en voelen in beide borsten hetzelfde aan. Samen vormen de melkklieren het borstklierweefsel.

Om de melkklieren heen ligt vet- en bindweefsel (ook wel het steunweefsel genoemd). Wanneer u uw borsten in de spiegel bekijkt, zult u waarschijnlijk zien dat ze niet volkomen gelijk zijn. Dat is bij de meeste vrouwen het geval: de ene borst is (soms) iets groter dan de andere of de ene tepel zit iets hoger dan de andere. Sommige vrouwen hebben altijd al een of twee ingetrokken tepels gehad. Er zijn vrouwen die voor de menstruatie last hebben van wat gezwollen en pijnlijke borsten. Ook kunnen zij dan knobbeltjes voelen. Over het algemeen gaat het om onschuldige verschijnselen die vaak samenhangen met hormonale veranderingen in het lichaam.

VERANDERINGEN IN DE BORST

De meest voorkomende verandering in de borst is een ‘knobbeltje’. Hiermee wordt een verdikking bedoeld die anders aanvoelt dan de bobbeligheid die u normaal opmerkt. Knobbeltjes kunnen heel verschillend aanvoelen. Het kan een plek zijn die niet echt rond is, maar wat stugger en harder aanvoelt dan de rest van het klierweefsel. Soms is het knobbeltje kogelrond en glijdt het onder de vingers weg als een knikker. In de meeste gevallen doet een knobbeltje geen pijn.

Behalve een knobbeltje in de borst kunnen er nog andere afwijkingen zijn:

– Een verdikt strengetje naast de tepel.
– Deukjes of kuiltjes in de huid.
– Een tepel die sinds kort naar binnen trekt.
– Een verandering van de tepel waarbij verschijnselen optreden als roodheid, schilfertjes en een soort eczeem.
– Vocht uit de tepel (waterig, melkachtig, soms ook wat bloederig); overigens duidt afscheiding uit de tepel – zelfs van bloederig vocht – zelden op borstkanker.
– Pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel anders aanvoelt. Pijn is op zichzelf geen teken dat er een afwijking in de borst is. Hebt u voortdurend aanhoudende pijn in een van uw borsten, bespreek dan met uw arts in hoeverre regelmatig onderzoek op borstafwijkingen wenselijk is.

Alleen medisch onderzoek kan uitwijzen of een verandering in en/of aan de borst goed- of kwaadaardig is.

HET ONTSTAAN VAN EEN KNOBBELTJE

Om te begrijpen hoe een knobbeltje of gezwel kan ontstaan, volgt eerst een uitleg over weefselgroei. Het weefsel waaruit ons lichaam is opgebouwd, bestaat uit miljarden cellen. Iedere cel heeft een beperkte levensduur en moet dus steeds vervangen worden. Dit gebeurt door celdeling.

Celdeling gaat als volgt: Iedere cel heeft een kern, deze kern deelt zich in tweeën, de cel snoert zich in en er ontstaan twee cellen met ieder een eigen kern, deze twee cellen delen zich weer in vier cellen en dat gaat zo maar door.

Op deze manier komen er evenveel nieuwe cellen bij als dat er oude afsterven. Als er echter meer cellen bijkomen dan er afsterven, ontstaat een soort wildgroei. De balans wordt verstoord en de cellen die te veel zijn, verdringen de normale cellen. Er is dan sprake van een gezwel of tumor en dit voelt u als een knobbeltje in de borst. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn.

GOEDAARDIGE TUMOREN

Een goedaardige (benigne) tumor drukt het omringende weefsel opzij zonder al te veel schade aan te richten. De tumor kan het omringende weefsel echter belemmeren in zijn functie. In die gevallen is het wenselijk dat zij operatief verwijderd wordt.

Een veel voorkomende goedaardige tumor is de bindweefselknobbel. Deze knobbel ontstaat door wildgroei in het bindweefsel. Zij drukt het omringende weefsel opzij, maar tast gezonde cellen niet aan. Dit geldt ook voor de vetweefselknobbel, een goedaardige tumor die ontstaat vanuit het vetweefsel in de borst. Vetweefselknobbels voelen in het algemeen zacht aan.

Een cyste is een andere veel voorkomende goedaardige aandoening. Het is eigenlijk geen gezwel, maar een met vocht gevulde holte. Een cyste kan ontstaan door een verstopping van een uitvoergangetje van de melkklieren. Vooral als de borsten goed gespannen zijn, is een cyste goed te voelen als een ronde, stevige knobbel. Er kunnen meerdere cysten in een of beide borsten voorkomen.

Mastopathie is een aandoening waarbij verschillende goedaardige afwijkingen van het borstklierweefsel samen optreden. Vaak gaat het om verspreid voorkomende afwijkingen in beide borsten. Het klierweefsel is zeer compact; de borsten voelen stevig aan en kunnen heel gevoelig zijn. Klachten tengevolge van mastopathie kunnen het dagelijks leven van een vrouw sterk beïnvloeden.

KWAADAARDIGE TUMOREN

Bij een kwaadaardige (maligne) tumor dringen de cellen de omringende weefsels wel binnen en tasten deze ook aan. Bovendien kunnen cellen van een kwaadaardig gezwel zich door het lichaam verspreiden. Op deze manier ontstaan op andere plaatsen in het lichaam ook tumoren. Dit noemen we uitzaaiingen of metastasen.

Alleen wanneer er sprake is van een kwaadaardig gezwel spreken we van kanker. Afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de eerste kankercellen zijn ontstaan, hebben we te maken met een bepaald soort kanker.

ONDERZOEK BIJ DE HUISARTS

Het onderzoek bij de huisarts bestaat uit inspectie en palpatie. Dit betekent dat de arts uw borsten zorgvuldig zal bekijken en bevoelen. Ook zal hij de oksels en de hals bevoelen om na te gaan of er opgezette lymfeklieren zijn. Wanneer de huisarts tot de conclusie komt dat de verandering aan uw borst ‘niets bijzonders’ is, dan blijft natuurlijk de vraag over wat er dan wel aan de hand is. Misschien kan uw arts hierover meer vertellen. Bespreek ook of controle nodig is en zo ja, wanneer.

Als uw huisarts niet precies kan zeggen wat voor aandoening u in de borst heeft, dan zal hij u voor verder onderzoek naar het ziekenhuis verwijzen.

ONDERZOEK IN HET ZIEKENHUIS

In het ziekenhuis wordt u meestal doorverwezen naar een chirurg. Een chirurg zal opnieuw uw borsten inspecteren en palperen en u eventueel doorverwijzen naar de röntgenafdeling om borstfoto’s te laten maken.

Mammografie
Het röntgenonderzoek van de borsten heet mammografie. Op deze borstfoto’s zijn heel kleine veranderingen al te zien, soms zelfs als ze nog niet eens voelbaar zijn. Met behulp van dit onderzoek kan de chirurg een beter inzicht krijgen in de aard van de aandoening. Bij een mammografie worden er altijd foto’s van beide borsten gemaakt. Soms wordt er nog een aparte foto gemaakt van de plaats van de aandoening. Tijdens het maken van de foto wordt de borst plat gedrukt. Dit is vaak gevoelig, maar op deze manier is het mogelijk een scherpe afbeelding van het borstweefsel te krijgen. Afhankelijk van de uitslag van de röntgenfoto’s beslist de chirurg of er nog andere onderzoeken moeten gebeuren en zo ja, welke.

Echografie
Bij een echografie wordt een afbeelding van de borsten gemaakt met behulp van geluidsgolven. Dit levert informatie op over de verschillende weefsels in de borst. Op deze manier kan een arts bijvoorbeeld een cyste onderscheiden van een andersoortige knobbel. Vooral bij jonge vrouwen bij wie het borstklierweefsel een dichte structuur heeft, kan een echografie goede aanvullende informatie geven op de mammografie.

VERDER ONDERZOEK

Op grond van de uitkomsten van de palpatie en de mammografie (eventueel een echografie) kan de chirurg bepalen of weefselonderzoek nodig is. Vaak wordt dan eerst een punctie verricht. Zo nodig kan daarna een biopsie volgen.

Punctie
Bij een punctie worden weefselcellen en/of vocht opgezogen met een dunne holle naald. Het opgezogen materiaal wordt onderzocht onder de microscoop. Het microscopisch onderzoek geeft meer informatie over de aard van het knobbeltje, of het om een goedaardig of een kwaadaardig knobbeltje gaat.

Een cyste kan met een punctie geheel worden leeggezogen. De borstafwijking is dan meteen behandeld. Het kan echter gebeuren dat een cyste later weer volloopt. Dan kan opnieuw een punctie nodig zijn.

Een punctie kan poliklinisch gebeuren en er is geen verdoving voor nodig.

Biopsie
Blijkt het knobbeltje geen cyste dan kan een biopsie worden uitgevoerd. Bij een biopsie maakt de chirurg een sneetje in de borst en neemt daarbij een afwijkend stukje weefsel weg. Dit stukje weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Per situatie is het verschillend of een biopsie onder plaatselijke of algehele narcose plaatsvindt en of opname van een dag in het ziekenhuis nodig is.

BEHANDELING

Afhankelijk van de aard van het knobbeltje en de klachten die u heeft, zal de chirurg bepalen welke behandeling voor u het beste is. Soms wordt volstaan met een regelmatige controle bij de chirurg. In andere gevallen kan de chirurg besluiten dat het beter is het knobbeltje operatief te verwijderen. Daarnaast kan een behandeling met hormonen en/of andere geneesmiddelen nodig zijn.

TOT SLOT

Deze informatie is samengesteld om u te informeren over de veranderingen die in of aan de borst kunnen optreden, over de aard van deze veranderingen en over de methoden die nodig zijn om precies vast te kunnen stellen om welke aandoening het gaat.

Mocht u naar aanleiding van de folder nog vragen hebben, schrijf deze op en bespreek ze met uw arts.

Deze informatie werd door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde overgenomen van de Stichting Voorlichting Patiënten (SVP).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: